• Eenvoudig inschrijven
  • Hoge slagingskans
  • 100% examengericht
  • Ervaren docenten
  • Binnen 1 dag je theorie
  • Klassikaal les
  • Unieke lesmethode
  • Snel CBR-examendatum

Auto Huiswerk

logo met vink 2

Het theorie-examen auto

  • Het examen bestaat uit 50 vragen die in één doorlopend geheel wordt getoetst.
    • Van de 50 vragen (mag 6 fout)
  • De uitslag
    • Na afloop van het examen zie je direct de uitslag.
    • Ben je geslaagd, dan verschijnt een groene duim omhoog.
    • Ben je niet geslaagd, dan verschijnt een rode duim omlaag.
  • AnimatiefilmpjesIn het vernieuwde examen kunnen meerdere vragen worden voorzien van korte animatiefilmpjes waarmee realistische beelden van verkeerssituaties worden geschetst. Deze filmpjes toetsen onder andere elementen van gevaarherkenning, zoals waarnemen en voorspellen, waarbij de kandidaat moet aangeven wat er gaat gebeuren of hoe daarop te handelen.

Geen ID = Geen examen

Dagcursus Algemene bepalingen

Algemene bepalingen verkeerswetgeving

Autotheoriedagcursusamsterdam

Bepaling rijbevoegdheid en rijbewijzen

Theoriedagcursusautowa
  • Met rijbewijs B mag je een auto, bromfiets en brommobiel besturen.
  • Met rijbewijs B mag je maximaal 8 passagiers vervoeren. De bestuurder telt niet mee als passagier. De auto mag dus 8 zitplaatsen voor passagiers en 1 zitplaats voor de bestuurder hebben (9 zitplaatsen totaal).
  • Een rijbewijs is 10 jaar geldig en dus niet onbeperkt.
  • Rijden met een kopie van het rijbewijs of kentekenbewijs is verboden; documenten moeten origineel en goed leesbaar zijn.
  • Een rijverbod wordt opgelegd door de politie: je mag geen enkel voertuig besturen, alleen lopen.
  • Een rijontzegging wordt opgelegd door de officier van justitie: fietsen is dan wel toegestaan.
  • De minimumleeftijd om te beginnen met rijlessen is 16,5 jaar.
  • Haal je je rijbewijs op 17-jarige leeftijd, dan ben je 7 jaar een beginnende bestuurder.
  • Haal je je rijbewijs op 18-jarige leeftijd of ouder, dan ben je 5 jaar een beginnende bestuurder.
  • De verantwoordelijkheid ligt altijd bij zowel de bestuurder als de eigenaar van de auto.
  • De auto moet altijd verzekerd zijn, ook als je deze niet gebruikt.
  • Soorten verzekeringen:
    • WA (Wettelijke Aansprakelijkheid): vergoedt alleen schade aan de tegenpartij.
    • Allrisk (WA + Full Casco): vergoedt eigen schade en schade aan de tegenpartij.
Picture 2

Inrichting, belading en slepen van voertuigen

  • Afmetingen: maximale lengte personenauto is 12 meter. Maximale hoogte is 4 meter, inclusief lading (bijv. fietsen op het dak).
  • Aanhanger en rijbewijs:
    • Met rijbewijs B mag je een aanhanger trekken als de aanhanger + lading samen niet zwaarder zijn dan 750 kg.
    • Is de aanhanger + lading zwaarder dan 750 kg, dan heb je rijbewijs BE nodig.
  • Kenteken van de aanhanger:
    • Lichter dan 750 kg: wit kenteken met zwarte letters (dezelfde cijfers en letters als het trekkende voertuig).
    • Het kenteken mag niet zelf gemaakt zijn en moet een goedkeuringsmerk hebben en verlicht zijn.
    • Zwaarder dan 750 kg: geel kenteken met een eigen kentekenbewijs.
  • Uitstekende lading (auto én aanhanger):
    • Achterzijde: maximaal 1 meter uitsteken.
    • Meer dan 1 meter: verplicht markeringsbord plaatsen.
    • Zijkant: nooit meer dan 20 cm uitsteken (minder mag wel).
    • Voorkant: lading mag niet uitsteken.
  • Belading personenauto:
    • Lading moet zo vastzitten dat deze bij plotseling remmen niet kan verschuiven.
    • Lading op het dak moet op dakdragers liggen en mag nooit direct met touw op het dak worden vastgezet.
    • Zware lading plaats je bij voorkeur in de kofferbak en niet los in de auto.
  • Belading aanhanger:
    • Losse lading (puin, zand, bladeren) moet worden afgedekt met een net.
    • Vaste lading (bijv. koelkast of boomstam) moet goed vastgebonden zijn.
  • Rijden met een aanhanger:
    • Het trekken van een aanhanger heeft invloed op de verlichting van de auto.
    • Het brandstofverbruik neemt toe.
    • De remweg en stopafstand worden aanzienlijk langer.
Picture 3

Spiegels

  • 1 = Dode hoek: dit gebied zie je niet in je spiegels. De dode hoek blijft altijd bestaan en is groter bij een bus, vrachtauto of auto met aanhanger.
  • 2 = Zicht buitenspiegels: dit gebied zie je met goed afgestelde buitenspiegels (links en rechts schuin achter je).
  • 3 = Zicht achter je: dit gebied zie je recht achter je via de binnenspiegel.
  • Spiegels: beide buitenspiegels zijn verplicht.

Hoe groter en langer het voertuig, hoe groter de dode hoek.

logo met vink 2

Techniek, onderhoud en controle van voertuigen

  • APK-keuring
    • Dieselauto: eerste APK na 3 jaar, daarna elk jaar keuren.
    • Benzine/elektrische auto: eerste APK na 4 jaar, daarna elke 2 jaar keuren.
  • Banden
    • Banden controleren voor aanvang van de rit.
    • Het bandenprofiel moet nooit minder dan 1,6 mm zijn (dit geldt ook voor het reservewiel en de banden van een aanhanger).
    • Het belangrijkste doel van bandenprofiel is het snel afvoeren van water en het helpt om aquaplaning te voorkomen.
    • Groene ventieldop: er zit stikstof in de band (kan beter tegen warmte en loopt minder snel leeg).
  • Winterbanden
    • Winterbanden zijn niet verplicht in Nederland, maar in sommige buurlanden wel.
    • Advies profiel winterband: minimaal 4 mm.
    • Te herkennen aan M+S of het sneeuwvloksymbool.
    • Werkt het beste bij temperaturen onder de 7 °C.
    • Je mag met winterbanden in de zomer rijden, maar houd rekening met een langere remweg.
    • Je mag ook met zomerbanden in de winter rijden, maar je hebt dan minder grip bij kou.
Scootertheorieamsterdamafslaan

Bandenspanning

  • Lage bandenspanning = meer brandstofverbruik, de auto rijdt minder prettig en de banden slijten sneller.
  • Te hoge bandenspanning = minder grip op de weg.
  • Controleer de bandenspanning voor aanvang van de rit.

Regelmatig controleren: 1 keer per maand.

Theoriedagcursusautoamsterdam 1

Kentekencard

  • Wat staat op de kentekencard:
    • Voertuiggegevens: gegevens van het voertuig.
    • Persoonsgegevens: de naam van de persoon van wie het voertuig is.
    • Maximum trekgewicht: het maximale gewicht van de aanhanger die je met dit voertuig mag trekken.
  • Verplicht bij je hebben: de kentekencard is verplicht om bij je te hebben, net als het rijbewijs.
logo met vink 2

Autogordels

  • Het dragen van een autogordel is verplicht voor iedereen, voorin en achterin.
  • De gordel moet altijd een driepuntsgordel zijn en strak over het lichaam zitten.
  • De gordel mag niet losgemaakt worden zolang je in de auto zit, ook niet bij korte stops of achteruitrijden.
  • Achterbank:
    • 3 gordels = 3 personen (minimaal 1,35 m).
    • 2 gordels = maximaal 2 personen.
  • Kinderen:
    • Kleiner dan 1,35 m: verplicht kinderzitje.
    • Vanaf 1,35 m: verplicht autogordel.
    • Komt de gordel tegen de nek? Gebruik een zittingverhoger.
    • Vanaf 12 jaar: zelf verantwoordelijk voor het dragen van de gordel.
Autodagcursus

Hoofdsteun

  • Een hoofdsteun is belangrijk voor alle inzittenden, niet alleen voor de bestuurder.
  • De hoofdsteun moet op de juiste hoogte staan en goed afgesteld zijn.
  • De bovenkant van de hoofdsteun moet even hoog zijn als de bovenkant van het hoofd.
  • De afstand tussen het hoofd en de hoofdsteun moet zo klein mogelijk zijn.
  • Dit verkleint de kans op nekletsel (whiplash) bij een aanrijding.
AutotheorieCBR

Milieubewust en energiezuinig rijden

  • Toeren en schakelen:
    • Schakel tussen 2000 en 2500 toeren voor zuinig rijden.
    • Lage toeren = minder brandstofverbruik.
    • Hoge toeren = meer brandstofverbruik.
  • Versnelling:
    • Lage versnelling = meer brandstofverbruik.
    • Hoge versnelling = minder brandstofverbruik.
  • Wat kost extra brandstof:
    • Rijden met open ramen (meer luchtweerstand).
    • Een dakkoffer (skybox) of fietsendrager.
    • Extra lading of passagiers (meer gewicht).
    • Te lage bandenspanning (meer rolweerstand).
    • Rijden op een ruw of nieuw wegdek (meer rolweerstand).
    • Alles wat de aerodynamica verstoort.
  • Wat kan brandstof besparen:
    • Gebruik van cruise control.
    • Een juiste bandenspanning.
    • Voorbereid op pad gaan (weten waar afsluitingen en omleidingen zijn).
    • Rustig rijden en anticiperen op het verkeer.
    • Zo min mogelijk stoppen en optrekken.


Laat de motor nooit warm draaien;
rustig wegrijden is zuiniger en beter voor het milieu.

Scootertheorie Haarlem

Risico’s in verband met toestand van de bestuurder

Medicijnen

  • Gele sticker: dit geneesmiddel kan de rijvaardigheid beïnvloeden.
  • Rode sticker: dit geneesmiddel beïnvloedt de rijvaardigheid altijd; autorijden is dan strafbaar.

Twijfel je of je mag rijden? Lees de bijsluiter.

Gebruik van alcohol en drugs – invloed op rijvaardigheid

  • Alcohol en drugs verlagen je reactievermogen: je reageert trager en schat situaties slechter in.
  • Alcoholgrenzen:
    • Beginnende bestuurder: maximaal 0,2 ‰ promille alcohol in het bloed of maximaal 88 µg/L alcohol in de uitgeademde lucht.
    • Ervaren bestuurder: maximaal 0,5 ‰ promille alcohol in het bloed.
  • Wat alcohol en drugs doen:
    • Een slok alcohol kan al invloed hebben op je rijvaardigheid.
    • Bier, wijn en jenever bevatten per standaardglas evenveel alcohol.
    • Niets helpt om sneller nuchter te worden (koffie, frisse lucht of douchen niet).
    • 1 glas alcohol duurt ongeveer 90 minuten om uit je bloed te verdwijnen.
  • Regels en gevolgen:
    • Je mag een alcohol- of drugstest niet weigeren.
    • Heb je alcohol of drugs gebruikt en krijg je een ongeluk, dan ben je meestal niet verzekerd.
    • Rijden onder invloed kan leiden tot een boete, rijontzegging en in ernstige gevallen gevangenisstraf.

Onthouden: ook onder de wettelijke grens kan alcohol of drugs je rijgedrag al gevaarlijk beïnvloeden. De veiligste keuze is: niet rijden.

Autotheorierijbewijs

Als je niet goed bent uitgerust is de reactie tijd meer dan 1 sec

Autotheoriedagcursus

Educatieve maatregel wordt door het CBR opgelegd

ScooterdagcursusAmsterdam

Risico’s in verband met de aanwezigheid en het gedrag van ander verkeer

Vrachtauto’s

  • Vrachtauto’s zijn groot en zwaar en kunnen moeilijk manoeuvreren.
  • Houd rekening met een lange remweg en grote dode hoeken.
  • Help een vrachtauto waar dat veilig kan. Wil een vrachtauto vanaf een kruisende weg jouw straat in rijden, dan mag je een stukje achteruit om ruimte te maken.
  • Op een smalle weg met berm ga jij met de personenauto de berm in, niet de vrachtauto, omdat een vrachtauto kan wegzakken.
  • Bij harde wind kunnen vrachtauto’s slingeren. Na het inhalen kun je een rukwind voelen; houd afstand en blijf alert.

Motoren

  • Motoren zijn smal en worden daardoor snel over het hoofd gezien.
  • Ongelukken met motoren gebeuren vaak bij kruispunten, omdat ze niet op tijd worden gezien.
  • Motoren mogen bij file tussen de auto’s door rijden; maak hiervoor ruimte.
  • Rijdt de motor rechts van jou, dan wijk jij iets naar links uit.
  • Rijdt de motor links van jou, dan wijk jij iets naar rechts uit.
  • Let extra goed op bij kruispunten, afslaan, invoegen en wisselen van rijstrook.

Bus

  • Binnen de bebouwde kom laat je een bus voor als hij van een bushalte wegrijdt en richting aangeeft.
  • Buiten de bebouwde kom hoef je een bus niet voor te laten gaan.
  • Rijdt een bus binnen de bebouwde kom weg van een parkeerplaats, dan hoef je hem ook niet voor te laten gaan.

Brommobiel

  • Een brommobiel volgt de regels van een motorvoertuig.
  • Een brommobiel mag nooit op een fiets- of bromfietspad rijden.
  • Een brommobiel rijdt altijd op de rijbaan, zowel binnen als buiten de bebouwde kom.
  • Je herkent een brommobiel aan de 45 km/u-sticker.

Afstand, reactietijd en gedrag

  • Word je ingehaald en zie je dat de inhaler het niet gaat redden? Laat dan gas los.
  • Reactietijd is gemiddeld 1 seconde. Bij slecht slapen: > 1 seconde.
  • Volgafstand: bij goed weer ≥ 2 seconden. Bij slecht weer > 2 seconden.
  • Volgafstand in meters (vuistregel): snelheid ÷ 2 en daar + 10% bij.

Overige risico’s

  • Centrifugale kracht: hoe hoger de snelheid in de bocht, hoe meer je naar buiten wordt “geduwd”.
  • Anticiperen: ver vooruitkijken.
  • Telefoon: bestuurders mogen tijdens het rijden geen mobiel vasthouden (niet bellen, geen berichten lezen of versturen).
ScootertheorieAmsterdam

Handelen bij ongevallen en pech onderweg

De mens is de grootste veroorzaker van verkeersongevallen (ongeveer 90%).

De vluchtstrook mag je alleen gebruiken bij nood.

Eigen veiligheid

  • Zorg altijd eerst voor je eigen veiligheid.
  • Zet direct de alarmlichten aan. Werken deze niet, plaats dan een gevarendriehoek.
  • Beveilig de plaats van het ongeval.
  • Zet de auto zo veilig mogelijk neer, weg van het verkeer.
  • Laat de sleutel in het contact zitten.
  • Blijf nooit in de auto zitten.
  • Ga op een veilige plek staan, zo ver mogelijk van het verkeer en het voertuig.

Gedrag bij een ongeval

  • Iedereen die betrokken is of getuige is, mag de plaats van het ongeval niet verlaten.
  • Betrokkenen en getuigen moeten zich kunnen legitimeren.

Auto verplaatsen

  • Bij blikschade rijd je door naar een parkeerplaats of andere veilige plek.
  • Bij pech zet je de auto op de vluchtstrook of in de berm.
  • Bij een ongeval met gewonden mag je de auto niet verplaatsen.
  • De veilige plek voor bestuurder en passagiers is achter de vangrail.

Slachtoffers en eerste hulp

  • Je mag een slachtoffer nooit aanraken.
  • Je mag een slachtoffer alleen aanraken als het slachtoffer bloedt of braakt (om verstikking te voorkomen).
  • In alle andere gevallen laat je het slachtoffer zitten of liggen en verplaats je het niet.
  • Geef een slachtoffer nooit eten of drinken.

Auto te water

  1. Zet het licht aan.
  2. Maak de gordel los.
  3. Sla een zijruit stuk.
  4. Verlaat de auto zo snel mogelijk.
  5. Eerst jezelf redden, daarna de passagiers.

Veiligheidshamer

  • Bevindt zich meestal rechts naast de bestuurdersstoel.
  • Sla de zijruit in bij de hoek.
  • Gebruik de hamer om de gordel door te snijden.

Alarmnummer

Het alarmnummer is 112.

Dagcursustheorie

Voor laten gaan op kruispunten

Gelijkwaardig kruispunt

  • Bestuurders van rechts gaan voor
  • Recht doorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer
  • Rechts afslaan gaar voor links afslaand verkeer(korte gaat voor lange)

Gelijkwaardig betekent geen verkeerstekens of borden op het kruispunt

Scootertheoriesnelhalen

Ongelijkwaardig kruispunt

  • Haaientanden moeten voorrang verlenen een bestuurders op dwars weg
  • Rechtdoor gaande verkeer gaat voor afslaande verkeer
  • Korte bocht gaat voor lange bocht

1 gaat de fietser geen haaientanden 2 de voetganger(die gaat rechtdoor) 3 auto

Rijbewijshalenamsterdam

Een uitrit in of uit rijden

  • Is een bijzonder manoeuvre
  • dus iedereen voor laten gaan

Voetganger, fietser en grijze auto gaan eerst

Theoriesnelhalenamsterdam

Onverhardeweg is gelijk aan haaientanden

  • Fietser gaat voor= bestuurder
  • Dus alleen voorrang verlenen aan bestuurders
  • Voetgangers zijn geen bestuurders

Alles wat een stuur heeft is een bestuurder

TheorieCBR

Tram

  • Op gelijkwaardig kruispunt gaat tram altijd voor
  • Maar niet als de tram borden of verkeerslichten die de voorrang regelen

Tram is geen motorvoertuig wel een bestuurder

TheoriehalenHaarlem

Voor laten gaan van gehandicapten en voetgangers

Zwak verkeer (altijd voorlaten gaan)

  • Iemand met een blinde stok
  • iemand met 1 of 2 krukken
  • iemand met een rollator

Ze hebben altijd voorrang maakt niet uit waar op de weg

Dagcursusscooter

Voorrangsvoertuig

  • Een voorrangsvoertuig herken je aan een blauw zwaailicht en een tweetonige sirene.
  • Voorbeelden: politie, brandweer, ambulance en Rijkswaterstaat.
  • Let op: gebruikt het voertuig geen blauw zwaailicht en geen sirene, dan is het een gewoon voertuig en gelden de normale verkeersregels.
Gagcursus militaire colonnes

Militaire colonne

  • Is geen voorrangsvoertuig
  • Moet zich gewoon aan de regels houden
  • is de eerste geweest dan de rest laten gaan

Alleen doorkruisen voorrangsweg of kruispunt en bij invoegen

Regels uitvaartstoet

Rouwstoet

  • Is geen voorrangsvoertuig
  • Moet zich gewoon aan de regels houden
  • is de eerste geweest dan de rest laten gaan

Alleen doorkruisen voorrangweg of kruispunt en bij invoegen

Regels bus voorlatengaan

Bus

  • Alleen voorlaten gaan bij weg rijden halte in de stad
  • Rijdt hij weg bij halte buiten de stad mag je door rijden
  • dit geld voor alle autobussen dus ook touringcar

Bus rijd weg van parkeerplaats binnen de stad niet laten gaan

bijzonder manoeuvresCBR

Bijzondere manoeuvres

Zijn:

  • Parkeren
  • Wegrijden
  • omkeren
  • Achteruitrijden
  • In en uitvoegen op de snelweg
  • zijdelingse verplaatsing (rijstrook wisselen)

Belangrijk bij  manoeuvres

  • Moet kort van duur zijn
  • Geen gevaar of hinder veroorzaken

Alles en iedereen voor laten gaan

Plaatsop de weg Theoriedagcursus

Plaats op de weg en voorsorteren

  • Zoveel mogelijk Rechts aan houden
  • Links afslaan, tegen de AS van de weg voorsorteren

Op een eenrichtingsweg geen tegenliggers uiterst links voorsorteren

Rijbewijshalendagcursus

De weg

  • Is alles bij elkaar 1,2,3 en de vluchtstrook
  • Op rij strook 3 is de kans op spoorvorming het grootst
  • Op rij strook 3 is de kans op aquaplaning het grootst
Picture 15
InhalenvraagCBR

Bij file mag een motorrijder tussen de auto’s door rijden

  • Als de rijbaan bestaat uit meer dan 2 rijstroken
  • Alleen tussen de 2 meeste linkerrijstroken
  • Mag als de snelheid niet meer is dan 45 km/u
  • Motor mag niet meer dan 10 km sneller rijden dan de auto’s

Let op: Motor is beperkt zichtbaar en er is een hoog snelheidsverschil

verkeersborden overzicht
stilstaan parkeren verbod 800

Stilstaand verbod en de gele door getrokken stoep lijn

  • Mag helemaal niets dus doorrijden

Parkeerverbod en de gele onderbroekenlijn mag je stilstaan

Wat is stilstaan

  1. In en uitlaten stappen
  2. laden en lossen van goederen

Parkeren doen we 5 meter voor of na

  • Een Vop (zebrapad)
  • Kruispunt
  • Uitrit

 

Let op: Alleen inhalen als het veilig is

ParkerentheorievragenCBR
BlauwezoneCBRvraag